Vervolgonderwijs

Leerlingen komen niet standaard in groep 3 bij ons op school. Sommige leerlingen stromen bijvoorbeeld pas binnen in groep 8. Om een goed beeld te krijgen van wat een leerling aankan, volgen we hem/haar zo goed mogelijk. In eerste instantie gebruiken we de gegevens die de school aanlevert waarvandaan de leerling komt. Aangezien er een behoorlijk verschil in niveau is tussen de leerlingen, hebben wij 4 onderwijsarrangementen ontwikkeld:

1+ (uitstroom havo/vwo)
1 (uitstroom vmbo theoretische leerweg)
2 (uitstroom vmbo beroepsgerichte leerweg)
3 (uitstroom praktijkonderwijs)

Door omstandigheden kunnen we het arrangement soms veranderen. Hierover lichten we de ouders altijd in. Via het LOVS (leerlingvolgsysteem van Cito) volgen we de leerlingen. De behaalde vaardigheidsscores op de toetsen worden omgezet in een 4D-index. Deze 4D-index geeft een duidelijk beeld van wat een kind aan kan en welke verwachtingen we kunnen hebben. De resultaten van elk jaar staan in het individueel ontwikkelingsperspectief (IOP), dat we met de ouders bespreken. Ook doen we vanaf groep 5 een prognose wat de leerling qua vervolgonderwijs aan zou moeten kunnen. Ook deze prognose staat dan in het IOP.

Het soort voortgezet onderwijs dat we voorstellen is altijd een advies. Waar een leerling uiteindelijk naartoe gaat, is ook afhankelijk van zijn/haar gedrag en wat de school voor voortgezet onderwijs aan kan met dit gedrag, ongeacht het onderwijsarrangement.

Zie ook hoofdstuk 5.10 in de schoolgids.